BIM in de uitvoeringsfase: Kumpen deelt zijn ervaring

  •   27-01-2017
  • Yasmine Depret
De 3D-zichten worden bezorgd aan de werfleiders, die ze ophangen in hun bureau op de werf. Het BIM-model kunnen ze eveneens analyseren met behulp van Tekla BIMsight.
Bronnen van fouten (en faalkosten) in de constructie.
Interferentie tussen de structuur en het architectonisch beton: het probleem wordt kenbaar gemaakt aan de architect, die zijn aanpassingen vervolgens moet doorgeven.
In het geval van uitwisselingen van IFC-bestanden moet je ook een coderingssysteem gebruiken dat gelinkt is aan dat van het bestek. Solibri Model Viewer visualiseert de uitgewisselde informatie.

Bouwbedrijf Kumpen uit Hasselt heeft zich in 2014 op het BIM-avontuur gestort via een pilootproject. Sindsdien heeft het de verschillende aspecten van de methode kunnen ontdekken en expertise kunnen opbouwen aan de hand van enkele andere opdrachten. Tegen eind 2017 wil het 80 % van zijn projecten realiseren met behulp van BIM.

Een groeiende complexiteit

Alles begon voor Kumpen bij de opmaak van 3D-modellen in SketchUp om het uiteindelijke resultaat beter te kunnen visualiseren. Vervolgens deed zich de kans voor om de OpenBIM-methode uit te testen en IFC-bestanden uit te wisselen. Gezien de interne wil tot optimalisatie modelleerde Kumpen nadien integraal een omvangrijk project op basis van 2D-plannen die aangeleverd werden door de betrokken architecten en studiebureaus. Dieter Froyen: "Op die manier konden we maar liefst achthonderd problemen vroegtijdig detecteren. De beperking van faalkosten is voor ons een dagelijkse bezorgdheid, dus we analyseerden hoeveel duurder de werken zouden zijn als we die fouten niet hadden opgemerkt. Het resultaat sprak boekdelen: we hadden dankzij het modelleren een besparing van 5 à 6% gerealiseerd, inclusief gewonnen (of eerder: niet verloren) tijd voor extra interventies en materiaal."

 

Partners en oplossingen

De C3A-plugin, met een codering die gebaseerd is op die van het lastenboek van de VMSW, wordt momenteel gebruikt voor de berekening van de hoeveelheden in uitvoeringsfase. Met als resultaat dat de werfleider bijvoorbeeld enkel nog maar de uitvoeringsdata van de verschillende gebouwdelen hoeft in te vullen om te achterhalen hoeveel beton er op welk moment nodig zal zijn. Voor een gebouw van 100.000 m² kon Kumpen tijdens aanbestedingsfase op amper een uur tijd een volledige foutloze meetstaat extraheren uit het 3D-model van de ingenieur. Uiteraard is het wel cruciaal dat de codering weldoordacht is opgebouw en consequent wordt toegepast.

Bij uitwisselingen van IFC-bestanden moet men eveneens een coderingssysteem gebruiken dat gelinkt is aan dat van het bestek. Die methode is dus een tikkeltje complexer. Dieter Froyen: "We krijgen, naast import-exportproblemen, nog steeds te maken met slordige codering. In dat geval moet je dus meer controle voorzien met verschillende instrumenten. Een bijkomende beperking is dat het niet mogelijk is om IFC-bestanden verder te bewerken om bijvoorbeeld gedetailleerde werkplannen aan het werfteam te bezorgen. Dan moet je het model eerst opnieuw opbouwen binnen het eigen softwarepakket." Desalniettemin kan je de uitwisseling van IFC-bestanden gedeeltelijk vergemakkelijken met de SimpleBIM-oplossing.  "Een goede samenwerking met alle deelnemers (architecten, studiebureaus) lost hoe dan ook de meeste problemen op", weet Dieter Froyen.

Op basis van al deze ervaringen heeft Kumpen een intern protocol opgesteld om zijn BIM-projecten zo vlot mogelijk te laten verlopen. "In de lopende projecten wordt duidelijk dat een goed doordacht protocol veel problemen kan voorkomen. Er dient bij aanvang van een project dus voldoende overleg te zijn om een gemeenschappelijke werkwijze te zoeken, op maat van dat project en op maat van de werkwijze van elke deelnemer. Daarom gebruikt Kumpen een ‘checklist’ met punten die besproken dienen te worden en niet een bestaand protocol dat aangepast wordt. Een bondig, pragmatisch, op maat gemaakt protocol leidt later tot de meest efficiënte manier van samenwerken. Voor het City Gate-project is dit bijvoorbeeld zeer goed verlopen."

 

De principes van 'systems engineering'

In de ontwerpfase van projecten van een zekere omvang laat systems engineering toe om te verifiëren of men conform het programma van eisen werkt, in functie van de verschillende ontwerpvarianten. Dieter Froyen: "De methode bestaat erin dat programma van eisen op te nemen in een database waaraan men het BIM-model koppelt. Dit maakt het mogelijk om alle aanpassingen virtueel te testen en het project als dusdanig te optimaliseren. De technische fiches van producten kunnen eveneens opgenomen worden in die database, inclusief de klasses van weerstand tegen slijtage, bijvoorbeeld. Een van de gebruikte oplossingen is het Relatics-platform, waar zowel de eisen als besluiten uit vergaderingen kunnen worden gebundeld. De onderneming Neanex, die het systeem verdeelt in België, ontwikkelt op dit moment eveneens een 'iBIM connector' die je toelaat om rechtstreeks in het model te werken. Met een groter vertrouwen in het ontwerp en de garantie op een tevreden bouwheer als resultaat. In het dossier rond het politiekantoor van Borgloon heeft gedelegeerd bouwheer Sweco de betrokken partijen gevraagd om volgens enkele van deze principes te werken."

 

De maquette van de bouwheer

Hoe een BIM-model opbouwen dat na oplevering ook bruikbaar is voor de onderhoudsfase is een vraag waar geen eenduidig antwoord op te geven is. Voor de facility manager is de binneninrichting en ruimte-indeling het belangrijkste, veel meer dan bijvoorbeeld de wapening of de kwaliteit van het beton. Het model dat uitgewerkt wordt door de aannemer, verschilt dus wezenlijk van dat van een gebouwbeheerder. Dieter Froyen: "In de praktijk werkt de architect een model in LOD (Level Of Development) 300 uit, dat in functie van de aanbesteding wordt opgewaardeerd tot niveau 350. De aannemer werkt hierop verder tot op LOD 400. Voor de as-builtdocumenten moet je het model opkuisen en aanpassen om een niveau van LOD 500 te bereiken. Hiervoor moet je vanaf de uitvoeringsfase best al bepaalde eigenschappen integreren, maar je kan dat niet correct doen als je de informatiebehoefte van de gebouwbeheerder uiteindelijk niet kent."

 

Verdere ontwikkelingen

Net als veel bouwbedrijven investeert Kumpen in kranen en ander materieel om het rendement van zijn mensen te vergroten. Dieter Froyen: “Software kan je beschouwen als ‘de investering van de toekomst’ omdat ook dat onze efficiëntie kan verhogen. Daarom zijn we daar momenteel intensief naar op zoek.Voorbeelden zijn cloudoplossingen zoals Autodesk C4R (collaboration for Revit), BIMcollab … Een softwareleverancier die meedenkt en een goede ondersteuning kan bieden, maakt hierin een groot verschil. Zo hebben we bijvoorbeeld een goede samenwerking met Kubus en C3A.

Het doel is om de komende twee jaar binnen de bouwafdeling alle processen te gaan ondersteunen met BIM. Het BIM-team telt op dit moment echter slechts drie personen. "Als we nieuwe mensen aanwerven, zullen we vissen in de vijver van jonge '(over)gediplomeerden' die snel met verschillende softwaresystemen kunnen leren werken. Ter ondersteuning zullen we hen intern opleiden. Het aanbod aan BIM-krachten is echter al beperkt in België en zal nog verder slinken als de vooruitgang op het vlak van BIM zich binnenkort steeds sneller doorzet", besluit Dieter Froyen.

 

Kumpen neemt deel aan het VIS-traject BIM en zal zijn resultaten binnenkort openbaar maken. Op 10 mei geeft het een presentatie in de Thomas More-hogeschool in Geel, en op 26 mei op Bouwprocess 2016 (CeDuBo), aan de hand van een case study omtrent het nieuwe Stadskantoor van Hasselt.

 

Gerelateerde partners

Nieuwsbrief

Het beste van BIMtonic, rechtstreeks in uw inbox